| Evita Interview with Irshad by Evy Ballegeer August, 2004 Evita ontmoet auteurs van opmerkelijke en nieuwe boeken Met haar boek Het Islam dilemma haalde de Canadese Irshad Manji, een lesbische moslimvrouw, een wereldwijde bestseller binnen. Haar kritiek op de islamwereld is hard en de prijs van haar succes is hoog. Irshad wordt de klok rond beledigd en zelfs met de dood bedreigd. En toch blíjft ze oproepen tot verandering. Toen Irshad Manji op een luchthaven stond te kletsen met een koppel dat de journaliste herkende van haar televisieshow, stapte een Arabische man op haar af. Je hebt meer geluk dan je vriend, siste hij haar dreigend toe. Ze vroeg hem wat hij daarmee bedoelde, maar in plaats van te antwoorden, zette hij zijn hand in de vorm van een pistool tegen haar voorhoofd en deed alsof hij de trekker overhaalde. Nogmaals vroeg Irshad wat zijn intenties waren. Niet nu, zei hij, je zult het later wel ontdekken en hij verdween. Sinds Het Islam dilemma. Een oproep tot verandering en tolerantie eind vorig jaar in Canada en de Verenigde Staten op de markt gekomen is, heeft Irshad Manji al meerdere doodsbedreigingen ontvangen. Veel moslims zijn niet opgezet met haar strijd tegen het fundamentalisme, haar oproep om meer rechten voor moslimvrouwen, haar afkeur van antisemitisme en slavernij, en haar kritiek op de al te letterlijke interpretatie van de koran. Niemand heeft het recht de koran in vraag te stellen, zo vinden Irshads tegenstanders. Zeker geen vrouw, en al helemaal geen lesbische vrouw. Je wist dat je met dit boek controverse zou veroorzaken. Heb je ooit overwogen om het niet te schrijven? Irshad Manji: Ik geloof niet dat ik ooit twijfels had over de reden om het boek te schrijven, ik stelde mij wel vragen over de ophef die ik ermee zou veroorzaken. Toen ik pas aan het boek was begonnen, heb ik Salman Rushdie ontmoet. (Auteur van De Duivelsverzen dat destijds door de Iraanse Ayatollah Khomeini werd vervloekt. Hij gaf elke moslim de toestemming Rushdie te doden. Nog altijd leeft hij min of meer ondergedoken.) Ik vroeg hem waarom ik dit soort boek zou moeten schrijven, wetend dat het mijn leven grondig in de war zou kunnen sturen, net zoals zijn werk dat bij hem had gedaan. Zonder te aarzelen antwoordde hij: Omdat een boek belangrijker is dan een leven. Ik lachte, want ik ging ervan uit dat hij een grapje maakte, maar hij vervolgde: Het moment dat een schrijver een idee neerpent, kan men er zich tegen verzetten, soms fel en soms zelfs gewelddadig, maar het idee kan nooit meer ontdacht worden. En dat is het grootste geschenk dat een schrijver aan de wereld kan geven. Ik kan je verzekeren, die woorden zijn me het hele schrijfproces bijgebleven. Dit boek zit er al mijn hele leven aan te komen. Ik schrijf al twintig jaar over de problemen van de islam: het gebrek aan zelfkritiek, de vernedering van vrouwen, de haat tegen joden, tegen homoseksuelen, tegen alles wat anders is. Zelfs toen ik amper een kind was, stelde ik al vragen die veel moslims niet wilden horen. Als kind woonde je in Oeganda tot je familie naar Canada verhuisde om het bloeddorstig bewind van Idi Amin te ontvluchten. Heb je nog herinneringen aan Afrika? Irshad Manji: Ik heb nog een paar beelden in mijn hoofd, vooral omdat ik een aantal korrelige zwart-wit foto`s aan die periode overhoud. Wat ik mij nog het best herinner, is hoe mijn vader onze zwarte huisknecht sloeg. Je moet weten dat mijn familie afstamt van Zuid-Aziatische immigranten en dat wij zogezegd tot de hogere klasse van het land behoorden. Toen Tomasi, de knecht, nog maar eens klappen had gekregen, vroeg ik mij af of dit wel juist was. Waarom werd hij zo vernederd? Ik dacht dat nog meer toen verschillende familieleden mij vertelden dat zwarten afval waren en dat ze het verdienden om op deze manier behandeld te worden. Dat opende mijn ogen: racisme bestaat in elke gemeenschap. Jammer genoeg kan ik mij het landschap van Oeganda niet meer voor de geest halen. Wel grappig is dat ik tot eind mei, begin juni lange kousen en truien moet dragen. Ik geloof dat dat komt omdat ik in Afrika geboren ben en daardoor meer zon nodig heb dan de andere Canadezen. Uit je boek blijkt dat je als klein meisje erg nieuws- en leergierig was. Was je het soort kind dat liever binnen zat te lezen dan buiten te spelen? Irshad Manji: Mijn moeder vertelt altijd het verhaal dat ik alleen rondreed op mijn driewieler met mijn neus in een boek terwijl andere kinderen in de tuin aan het ravotten waren. Ik heb er altijd van genoten om bij te leren. Daarom vond ik het zo leuk in de christelijke zondagsschool waar mijn vader mijn twee zussen en ik naar toebracht omdat hij zo gratis opvang voor ons vond. Onze leraar genoot ervan dat ik vragen stelde over Jezus en God. Ik was zelfs zo`n voorbeeldige leerling dat ik op mijn achtste de prijs won van de meest veelbelovende christen van het jaar. Dat was natuurlijk het moment waarop mijn strenggelovige vader mij weghaalde van de zondagsschool. Ongeveer een jaar later werd er een madrassa opgericht, een islamitische school. Maar daar werden we niet aangemoedigd om te discussiëren. Integendeel, we moesten alles wat de koranleraar zei voor waar aannemen. Uiteindelijk werd je uit de madrassa gezet omdat je te veel lastige vragen stelde. Toch zette je je kritische studie van de koran verder. Waar haalde je als veertienjarige de inspiratie vandaan om zoveel te studeren? Irshad Manji: Ik denk niet dat ik een voorbeeld had. Mijn moeder was het zeker niet, want zij was de laatste persoon om luidop haar mening te geven. Ze nam nooit risico`s. Soms, als mijn moeder mij nu zegt hoe trots ze wel op me is, moet ik er haar aan herinneren dat ik dit alles nooit zou bereikt hebben, had ik haar advies gevolgd om mijn mening voor mezelf te houden. Dus het was niet mijn moeder die mij aanmoedigde, en mijn vader al helemaal niet. Ik denk niet dat het een persoon was die mij inspireerde, maar wel mijn liefde voor de open maatschappij waarin ik terecht gekomen was. De vrijheid die ik kende buiten de moskee, ons huis en de madrassa, was een vrijheid waarvan ik wist dat de meeste moslims ze niet konden ervaren. Was jij de enige onruststoker in het gezin, of verzetten je twee zussen zich ook? Irshad Manji: Zij zijn altijd voorzichtiger geweest dan ik. Niet dat ze zich als robots gedroegen. Ook zij hadden ernstige problemen met de madrassa. Maar zij namen er alleen emotioneel afstand van, niet fysiek. Mijn zussen hebben mij erg gesteund bij het schrijven van dit boek. Ik controleerde aan de hand van hun herinneringen of mijn verhalen over vroeger wel klopten. Je schrijft dat je vader losse handen had. Hij maakte het jou, je moeder en je zussen erg moeilijk. Is het deels door hem dat je nu zo`n sterk karakter hebt en zo`n vechter bent? Irshad Manji: Christina Aguilera heeft een liedje waarin ze haar onderdrukker dankt om haar sterker te maken, om haar te dwingen slimmer te zijn dan ze anders zou zijn. Het zou naïef zijn van mij om te zeggen dat mijn vader niet op een bepaalde manier heeft bijgedragen tot £wie ik geworden ben. En ondanks al het geweld dat we van hem ondervonden, moet ik ook erkennen dat hij een harde werker was en dat ik mijn werkethiek van hem geërfd hem. Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik aan de middelbare school afstudeerde. Omdat ik mijn vader niet voor de rest van mijn leven wou haten - en geloof me, ik heb hem gehaat - heb ik afstand van hem genomen. Een deel van mij vraagt zich af of ik mij niet met hem moet verzoenen. Voor hij sterft. Of voor ik sterf. Je komt er openlijk voor uit dat je lesbisch bent, een doodzonde volgens de koran. Zorgde dat aspect van je persoonlijkheid ook voor een strijd? Irshad Manji: Er was een tijd dat ik voelde dat ik moest kiezen tussen islam en homoseksualiteit. Maar telkens ik mezelf wou excommuniceren, deinsde ik terug. Ik ben wel openlijk lesbisch, maar ik ben niet arrogant lesbisch. Daarmee bedoel ik dat het best zou kunnen dat mijn schepper mijn relatie met een vrouw niet aanvaardt, maar hij is de enige die daarover kan beslissen. En intussen vraag ik me af: als de almachtige God geen lesbienne van mij had willen maken, waarom heeft hij dan niemand anders van mij gemaakt? De koran zegt toch dat alles wat God gemaakt heeft, perfect is? Ik ben niet zeker van mijn gelijk, maar waarom zijn mijn critici dat wel? Ik zoek ook niemands goedkeuring, maar ik vraag wel dat we hierover kunnen debatteren. Had je moeder er moeite mee dat je lesbisch bent? Irshad Manji: Zoals de meeste moeders, van om het even welke achtergrond, was ze er niet gelukkig mee. Toen ik het haar bekende, waren er veel tranen. Er slingerden veel zakdoekjes rond na ons gesprek. Maar mijn moeder definieert zichzelf eerst als moeder en dan pas als moslim. Ze zei: Ik hou niet minder en niet meer van je. In het dankwoord van je boek staat: Ik draag twee ringen, een om mijn liefde voor God te betuigen, de andere om mijn engagement te tonen tegenover Michelle. Je vriendin is zelf ook behoorlijk bekend in Canada, is het niet? Irshad Manji: Ja. Michelle is de vrouw die in het begin van de jaren `90 uit het Canadese leger werd gezet omdat ze lesbisch was. Zij nam dat niet, sleepte het leger voor de rechtbank en won. En dankzij haar rechtszaak kwam er een eind aan de ban op openlijk homofiele of lesbische soldaten in het Canadese leger. Ik heb haar ontmoet in een Anglikaanse kerk. Stel je voor. Ik voerde een onderzoek naar het geloofsleven van holebi`s en belandde zo in deze holebivriendelijke kerk. Na de viering was er een koffiekransje en een vriend van Michelle stelde mij aan haar voor. En zoals ik graag zeg: ik gaf Michelle de suiker door en God gaf mij onmiddellijk iets zoets terug. In september zijn we zes jaar samen. Maakte Michelles eigen strijd het makkelijker om die van jou te steunen? Irshad Manji: Je zou denken van wel. Zij nam het op tegen een gigantische organisatie, dus zij zou moeten begrijpen wat een goed gevecht inhoudt. Maar de waarheid is - en dat geeft Michelle zelf toe - dat haar strijd en die van mij erg verschillend zijn. Zij had mensen die voor haar vochten. Zij had advocaten en moest zich nooit persoonlijk verdedigen. Ik wel. Elke dag opnieuw. Ik moet boze moslims counteren die mij willen onderdrukken, die mij het zwijgen willen opleggen en die mij in veel gevallen dood willen zien. En dat betekent dat mijn gevecht zwaarder is, en bijgevolg ook zwaarder voor mij en Michelle. Want ik leef niet geïsoleerd. De emotionele vermoeidheid die ik elke dag voel, breng ik mee naar huis. Soms moet je er gewoon mee lachen. Ik mag echt niet alle beledigingen persoonlijk opnemen, want als ik dat wel doe, drijven ze mij het graf in. Niet dat ik zo sterk ben en er altijd mee om kan. Er zijn echt wel momenten dat ik mijn hoofd in mijn handen moet nemen en eens goed moet uithuilen. Desondanks zal ik blijven zeggen wat gezegd moet worden. Ondanks alle nare reacties, zijn er op je website ook veel aanmoedigende brieven te lezen. Dat helpt vast. Irshad Manji: De woede en de haat die ik over mij heen krijg, verbazen mij niet, maar de hoeveelheid steun, affectie en zelfs liefde die ik ontvang van moslims van over de hele wereld, heeft mij aangenaam verrast. Vooral de positieve reacties van jonge moslims en jonge vrouwen in het bijzonder stemmen me positief. Toch is het niet al goed nieuws: de meeste mensen die mij schrijven om hun steun uit te drukken, zeggen me dat ze dat niet publiekelijk kunnen doen omdat ze bang zijn voor vervolgingen en fysiek geweld. Hoeveel steun ik dus ook krijg, het volstaat niet om het fundamentalisme de kop in te drukken. De mensen die mijn mening delen, moeten ermee naar buiten komen. Ik heb nog nooit een gematigde moslim zien opstaan tijdens een lezing om te zeggen tegen een fundamentalistische moslim: Ik ben ook een moslim. Ik ben het niet eens met jouw opvattingen. Laten we daar nu openlijk over spreken. De gematigde moslims komen altijd na een spreekbeurt in mijn oor fluisteren bedankt dat je doet wat je doet. Is het niet begrijpelijk dat ze bang zijn om voor hun overtuiging uit te komen? Jij hebt tenslotte ook kogelvrij glas moeten laten installeren en je hebt een bodyguard. Irshad Manji: Begrijpelijk wel, maar daarom niet goed te spreken. We moeten onze vrees overwinnen. En ik wil best het goede voorbeeld geven. Toen ik vorige maand in Groot-Brittanië op boekentournee ging, heb ik speciaal mijn bodyguard niet meegenomen. Want als ik jonge moslims ervan wil overtuigen dat ze het wél oneens kunnen zijn met de orthodoxe standpunten, zonder angst gedood te worden, moet ik dat ook bewijzen. Ben jij dan nooit bang? Irshad Manji: Neen, ik ben nooit bang. Ik zou het misschien wel moeten zijn, maar er zijn al mensen genoeg bang in mijn plaats. Michelle, mijn moeder, mijn vrienden, de politie van Toronto. De wereld heeft niet nog iemand nodig die zich zorgen maakt over mijn veiligheid. Mijn moeder is nerveus. Ze is voorbereid op een dag het ergste te horen over mij. Ik besef het best: het is niet makkelijk om Irshads moeder te zijn, en ook niet om haar partner te zijn. Maar ik kan niet toelaten dat beledigingen en dreigementen mij tegenhouden in wat ik moet doen. Ik zie niet in wat er zo verkeerd is om het op te nemen voor mensenrechten, om slavernij te willen beëindigen en diversiteit te promoten. Ik heb een grote mond, ik weet dat. Maar ik heb ook een groot brein en een dikke huid. Mijn tegenstanders mogen mij aanvallen, beledigen en kleineren, maar klein krijgen ze me niet. Het Islam dilemma, door Irshad Manji. |